De 100 meter

De 100 meter

,,Een redelijk makkelijk onderdeel om mee te beginnen’’, zegt Rody. ,,We beginnen eigenlijk met drie explosieve nummers waarvan de sprint de eerste is.’’ Voor de sprint over 100 meter – die zo’n 11 seconden in beslag neemt – is Rody dik een half uur kwijt aan de warming-up. ,,Goed inlopen, de spieren op lengte brengen, spanning op de benen krijgen.’’ Als de kans er is, is het slim om de starter te bestuderen. ,,Zijn ritme te pakken zien te krijgen, zodat je als het ware in zijn startschot kunt vallen.’’ In vergelijking met een ‘open’ wedstrijd mag tijdens de sprint van de meerkamp door elke atleet één valse start gemaakt worden. ,,Dan kun je op het randje starten, scherp dus.’’

Als de start is geweest, is het zaak zo snel mogelijk in de juiste pas-frequentie te komen. ,,Mede door mijn lengte ben ik geen snelle starter. De eerste dertig meter vormen mijn zwakke stuk. Daarna moet ik door mijn lange passen op de anderen gaan inlopen en ze het liefst inhalen.’’

Rody heeft als snelste tijd 11,37 seconden staan. Hij wil in 2015 richting de 11,10 en het liefst 11,00. ,,In 2016 zal ik onder de elf seconden moeten zien te komen.’’

Volgende onderdeel: Verspringen - Alle onderdelen